Deel 38 van de Bob Evers-serie begint op het
natte asfalt van een parkeerterrein langs de autoweg Toulon-Avignon, waar
ze zijn gekomen met een gekaapte vrachtwagen met een kleine twintig ton
tomaten. Zuinige Jan Prins was met zijn Amerikaanse vriend Bob Evers de
stand van zaken aan het doornemen.
Jan Prins: "We zijn begonnen in Noord-Italië
op verzoek van mijn vader en pa Roos" (...) "We moesten uitzoeken wie vrachtwagens
overviel in Noord-Italië en hoe die maffiafiguren wisten dat er waardevolle
ladingen in de vrachtauto's zaten. Dat is ons gelukt. We hebben uitgezocht
dat een douanebeambte die tot taak had vrachtbrieven te controleren een
zekere Borrini in Milaan belde, waarna diezelfde Borrini een aantal van
zijn mensen opdracht gaf de meestbelovende vrachtwagens te overvallen." (p. 12-13).
Arie Roos vervolgt: "Voor zover we weten liet
Borrini dat werk opknappen door een klein mannetje dat Livi heet. Die Livi
dacht dat hij ons bij het been kon nemen en onze vrachtwagen vol nepbont
kon stelen. Dat was een klein misverstandje en dat hebben we hem in een
Milanees koelhuis omstandig uitgelegd." (p. 13).
De baas van Livi, Borrini, zag daarbij helaas kans om de benen te nemen.
Jan, Arie en Bob volgden hem naar Bormes les Mimosas in Zuid-Frankrijk,
waar hij een afspraak had met miljonair Dougall. Nog in Italië stuitten
Bob en Livi onverwachts op elkaar. Bob vertelt: "Terwijl jullie (Jan
en Arie) lagen te dromen ben ik neergeslagen, in een kofferbak vervoerd
door een kwart van dat bergmassief dat jullie Alpen noemen en in de berm
van een bergweg gedropt, waarna een plaatselijke klabak me voor volksvijand
nummer één hield.". (p. 8).
Jan en Arie gaan met zijn tweeën verder. Op zoek naar voedsel komen
zij Livi tegen in een supermarkt in Hyères, vlakbij Bormes les Mimosas.
Jan vertelt: "We hebben samen met die Livi een complete supermarkt platgewalst
en je mag aannemen dat de Franse politie daar bedenkingen tegen had. Livi
is per politiewagen afgevoerd en we mogen er vanuit gaan dat hij de eerste
weken in een degelijk betraliede ruimte zit.". (p. 13).
Dit geeft hen de kans achter Borrini aan te
gaan zonder dat zijn helper hen op de hielen zit. Maar inmiddels heeft
Bob rapport uitgebracht aan pa Roos, die op zijn beurt de politie inlicht
over wie er achter de overvallen op de vrachtwagens zit. Daarmee is Borrini
uitgeschakeld. Maar Dougall, dat is een ander geval.
Bob: "Die Dougall handelt in computers. Hij
maakt die dingen of hij maakt er programma's voor. Hij is er stinkend rijk
mee geworden, zo rijk dat er geen enkele reden is waarom hij zich met vervoer
van groenten en fruit zou moeten bezighouden.". Arie vervolgt: " Precies.
Maar toch zit deze vrachtwagen vol met tomaten, dat heb jij nu echt wel
overtuigend aangetoond." (...) "Een kleine twintig ton van die dingen is
dagen, misschien weken op de juiste temperatuur gehouden alleen om er mee
van hot naar haar te rijden.". Arie: "Van Frankrijk naar Italië. En
vandaar de grens over naar Joegoslavië en terug. En weer heen. En
terug. Tien, twaalf keer". (p. 14).
Jan, Bob en Arie vragen zich af waar dat gerag
met deze vrachtwagen goed voor is. En daarom gaan ze achter Dougall aan:
"pure onversneden nieuwsgierigheid.". (p. 15). Dougall is samen met Borrini
naar het havenstadje Sète vertrokken, maar ze weten niet waar Dougall
in Sète naartoe is. Ze weten alleen dat hij een huis in Hyères
heeft, een daar komt hij gegarandeerd een keer terug. (p. 17). Dus gaan
Jan en Arie terug naar Hyères, terwijl Bob met de vrachtwagen onderweg
gaat naar Sète (p. 17). Zie de foto van Sète.
[ Bovenliggende pagina ] [ 2a - Bob ] [ 2b - Arie ] [ 2c - Jan ]
Alle
citaten komen uit het boek "Een festival vol verwikkelingen" van Peter
de Zwaan, deel 38 van de Bob Evers-serie. Het copyright hiervan berust
bij Uitgeverij De Eekhoorn BV.