Jan zit rustig op een terrasje op de Place Aristide
Briand. Hij weet niet
dat Bob en Arie hem vanaf een afstandje observeren. Bob en Arie veronderstellen
dat Jan met opzet is vrijgelaten en dat Jan dat zelf ook vermoed. In dat
geval wordt Jan in de gaten gehouden. Ze nemen aan dat Jan geen lokaas
wil zijn en dat hij daarom net deed alsof hij Bob niet kende toen zij elkaar
onverwachts tegenkwamen. Bob en Arie besluiten dan dat zij Jan voor de
neus van zijn achtervolgers zullen wegkapen (p. 139 - 140).
Bob en Arie zoeken dan een onopvallend plaatsje
uit op het plein en bekijken iedereen, op zoek naar personen die meer aandacht
hebben voor Jan, dan voor het orkest dat allerlei deuntjes speelt. Ze ontdekken
twee Algerijnen en vier jongetjes die Jan in de gaten houden. Ze gokken
dat dit de enigen zijn. Vervolgens denken ze na over een vluchtroute. De
Algerijnen beschikken over een auto (een Ford) en die willen ze blokkeren,
zodat zij niet door de Algerijnen achtervolgd kunnen worden. Bob weet een
prachtmanier. Hij heeft daarvoor de vrachtwagen nodig, die nog op de Mont
St. Clair staat en gaat die ophalen terwijl Arie op het plein blijft wachten (p. 140 - 143).

Jan blijft al die tijd rustig en niets vermoedend op het terras zitten,
en daar zit hij nog wanneer tumult ontstaat in de Rue Gabriel Péri (p. 145). Bob rijdt de vrachtwagen in de Rue Péri tot voor de bocht
met de Rue du 8 Mai 1945 en trekt de handrem stevig aan (de weg loopt hier
tamelijk schuin). Hij stapt uit, loopt naar achteren, gooit de achterdeuren
open, en loopt snel weer naar voren, stapt in, rijdt een klein stukje naar
voren en dan geeft hij een straal gas, remt, en trekt ogenblikkelijk weer
op. Als gevolg hiervan storten de achterste rijen kisten met tomaten naar
buiten, gevolgd door de kartonnen dozen met met tomaten. Het duurt even
voor iemand op de stortvloed reageerde, maar toen de eerste kreten geklonken
hadden, was het goed raak en vliegen de tomaten in het rond. Uiteraard
maakt Bob dat hij uit de buurt van de vrachtwagen komt (p. 145 - 148).
Bob en Arie rennen dan naar het terras waar
Jan zit. Arie gooit wat geld op tafel en sleurt Jan mee, die niet weet
wat hem overkomt. Met z'n drieën rennen ze naar hun Renault (die ze
bij aankomst in Sète daar hadden geparkeerd) en rijden weg, de Rue
Dormoy in. Al snel merken ze dat ze worden achtervolgd door twee auto's:
een Peugeot (Rufus) en een Seat (Borrini). Met snelheden die oplopen tot
100 kilometer per uur, waar 50 al hard is, scheuren ze door Sète.
Daarbij komen ze over de Boulevard de Verdun. De Peugeot wordt van de weg
gereden door de Seat, maar de Seat gaat door. Dan komen ze op het industrieterrein
bij het spoorwegemplacement. Ondertussen beginnen onze drie vrienden zich
af te vragen waarom ze eigenlijk op de vlucht zijn en ze besluiten de rollen
om te draaien. Ze slagen erin de Seat tot stoppen te dwingen en de bestuurder
neer te slaan. Het blijkt gangsterbaas Borrini te zijn. Einde Borrini.
(De route is na te zoeken op de plattegrond van Sète.
Nu blijft er nog maar één los
draadje over: waarom laat Dougall dezelfde vrachtwagen met dezelfde lading
tomaten steeds weer de grens over gaan tussen Frankrijk, Italië en
Joegoslavië? Via een meesterlijke zet van Arie komen ze daar achter:
daardoor strijkt Dougall steeds weer subsidie op van de Europese Unie voor
het exporteren van tomaten naar een land dat geen lid is van de Europese
Unie.
Einde verhaal!
[ 4 - Het einde ] [ Foto van Sète ]
[Terug
naar het begin]
Alle
citaten komen uit het boek "Een festival vol verwikkelingen" van Peter
de Zwaan, deel 38 van de Bob Evers-serie. Het copyright hiervan berust
bij Uitgeverij De Eekhoorn BV.