Een avontuur van Bob Evers-fans, 12-14 september 1997
Door Marco Meinders
Werkelijk gebeurd
Ger Derksen, Bob Evers-fan sinds jaar en dag,
woont in Zwitserland, bij Bob Evers-kenners voornamelijk bekend door de
avonturen van Jan, Bob en Arie in Zürich en omstreken in deel 9: "Een
dollarjacht in een D-trein". Zo ontstond het idee om in Zürich
te gaan zoeken naar sporen van de avonturen van Jan, Bob en Arie. Ger en
Yovka van Santen namen de organisatie op zich. Een zeer ondankbare taak,
want - zoals het goede avonturen betaamt - niets verliep zoals gepland:
panne, een gehuurde auto, rauspartijen door een donker bos tijdens een
zwaar noodweer, gejacht over Zwitserse snelwegen, geraus op de Berninaplatz,
en ontvreemde papieren.
Op vrijdag 12 september 1997 vertrok ik 's
ochtends om even na zevenen in mijn eigen auto vanuit Maarssen, mijn woonplaats.
In Utrecht haalde ik Bram van Ginneken op en samen pikten we Niek Eleveld
op in Veldhoven. Vandaar was het nog maar een klein stukje naar parkeerplaats
"Het Anker" langs de A2 tussen Eindhoven en Maastricht, waar we al spoedig
gezelschap kregen van Simon Kuipers, Tonneke, Olaf en Jeroen Roos in een
witte Citroën BX. Klokslag negen uur gingen we op weg naar het volgende
ontmoetingspunt, Aire de l'Obrion langs de snelweg in Frankrijk. Het had
weinig gescheeld of we zouden daar nooit zijn gekomen. Mijn eigen Everiaanse
verhaal was begonnen.
Autoinmobiel
Op het moment dat we Maastricht binnenreden zei
Niek, die naast me zat, tegen me: "Wat staat die meter hoog?" De temperatuurmeter!
De schrik sloeg me om het hart, want de reis was nog maar net begonnen.
Ik wist dat iets verderop een benzinestation was, dus stopte ik daar. Motor
uit, kap open en afkoelen. Navraag bij de man achter de kassa leerde me
dat er vlakbij een garage was, dus nadat de motor iets was afgekoeld zijn
we verder gesukkeld naar die garage. Daar was het al snel zonneklaar dat
we met die auto beslist niet meer verder konden. Het lek in de radiateur,
de oorzaak, bleek niet het ergste te zijn. Erger was dat ik niet op tijd
in de gaten gehad had dat de temperatuur tot op absoluut onacceptabele
hoogten was opgelopen. Daardoor had het complete motorblok de gelegenheid
gekregen om volkomen oververhit te raken, zodat ook de koppakking vervormd
was. Dág auto.
En natuurlijk net nog in Nederland, zodat
ik geen recht had op een gratis vervangende auto... Terwijl Niek en Bram
Zwitserland belden, heb ik een aantal telefoontjes gepleegd met mijn verzekeringsmaatschappij
en vervolgens met een plaatselijk autoverhuurbedrijf. Als je dan toch in
een Everiaans verhaal terecht komt, dan moet je het meteen maar goed doen
ook, nietwaar? Bovendien kon ik Bram en Niek toch moeilijk laten staan:
samen uit, samen thuis. Na een wilde rit door de schone stad Maastricht,
waar ik altijd al eens naar toe had gewild, kwamen we eindelijk - alles
leek ontzettend traag te gaan - bij het autoverhuurbedrijf.
Na een heel gedoe met papieren en bankpasjes
konden we eindelijk instappen - en toen ging de kofferbak niet open. Inmiddels
kregen we er weer een beetje lol in, dus wij weer naar binnen om een andere
auto te regelen. Al het papierwerk moest opnieuw gedaan worden en net toen
dat achter de rug was kwam de jongste bediende aanlopen, die zegt: "Oh,
krijgen julie de kofferbak niet open? Wacht maar even." En hij opent de
kofferbak zonder enige moeite! Toen had de chef van het verhuurbedrijf
allicht geen zin meer om al het papierwerk nog eens te doen.
'Dalmonte' Derksen
Ger Derksen - in Zwitserland - had inmiddels
de handen vol. In eerste instantie wilde hij niet geloven dat we echt panne
hadden. Van Bob Evers-gekken kun je natuurlijk álles verwachten!
Maar toen hij het hele verhaal uiteindelijk geloofde kwam hij snel in actie
en greep hij nogmaals naar de telefoon. Maar niet nadat hij klaar was met
lachen. Inmiddels stond de witte Citroën van Simon al af te koelen
op het tweede ontmoetingspunt, l'Aire de l'Obrion. Ze hadden heel wat lol...
Toen we maar niet kwamen opdagen begonnen ze grapjes te maken in de trend
van: "Ze hebben natuurlijk pech, hahaha." En maar lachen. Tsja, zou ik
ook gedaan hebben. Dus toen de GSM-telefoon van Simon begon te rinkelen
en Ger vertelde dat we ècht pech hadden, wilden ze het niet geloven.
Maar ja, ze stonden er al zo lang te wachten, dat het uiteindelijk toch
tot hen doordrong dat het geen geintje was. Wachten had op dat moment niet
veel zin, dus gingen ze verder.
Inmiddels was auto nummer drie, een donkergroene
Saab 900, ook onderweg. Inzittenden: Frank Engelen, Cathy, Xedes en Yovka
van Santen. Frank had zijn GSM-telefoon meegenomen en ontving óók
een telefoontje van Ger. Híj geloofde het iets sneller, en sprak
met Ger af dat hij op l'Aire de l'Obrion op ons zou wachten. Dat hoorden
we nog net op tijd, want terwijl we bij de garage op het vervoer naar het
autoverhuurbedrijf stonden te wachten, belde Niek nog even de laatste gegevens
door naar Ger.
De strakblauwe luchten
van Zwetserse Ger
Frank en consorten wisten echter niet beter dan
dat wij al ergens voor hen zaten (het duurde nogal bij het autoverhuurbedrijf),
dus zij begrepen maar niet waar we bleven toen zij allang op l'Aire de
l'Obrion stonden. Net toen ze wilden vertrekken kwamen we aankarren. Vanaf
deze ontmoetingsplaats gingen we met beide auto's verder. Vlák bij
Zwitserland nam Frank echter een verkeerde afslag. Wij niet, wij karden
door tot de grens, waar we prompt werden aangehouden: onze paspoorten en
mijn rijbewijs werden uitvoerig gecontroleerd. Ze zullen daar wel gedacht
hebben: "Drie jonge mannen in een auto, daar is vast wat mee". Waarom overkomt
Jan, Bob en Arie zoiets nou nooit? Na enkele minuten, die zeer lang leken
te duren, mochten we verder. En wie kwam daar aanrijden? Frank! Samen kwamen
we 's-avonds laat bij Ger aan. Vele uren later dan de bedoeling was.
Door
onze verlate aankomst, waren zijn plannetjes al enigszins in de regen gevallen
- letterlijk. Hij bracht ons meteen naar een plek midden in een groot donker
bos alwaar we werden gedropt met een plastic zakje met een routebeschrijving
en een paar zaklantaarntjes. En het regende dat het goot! Bovendien werd
de aardedonkere nacht van tijd tot tijd in een hel licht gezet door de
bliksem. Daar stonden we dan, zonder jas. En zonder mes, zodat we de in
hard-plastic verpakte zaklantaarns bijna niet konden uitpakken. Mooie fans
zijn we. Gaan we op avontuur zonder klosje touw of een mesje in onze broekzakken.
Na een barre tocht dwars door een nauwelijks zichtbaar bospad vol met plassen
en modder, kwamen we bij een réfuge: een huisje midden in het bos.
Buiten brandde een luchtig houtvuur, er stonden een auto, enkele fietsen
(een daarvan in rood en geel) en wat flessen wijn. Dus wij liepen om het
huisje heen, schenen met onze zaklampen uitgebreid door de ramen naar binnen
en openden de deur. En wat bleek? Daar lagen een paar mensen te slapen!
Maar wij dachten nog altijd dat het bij de opdracht hoorde en bléven
maar rond het huisje dwalen, op zoek naar aanwijzingen. We zijn er zelfs
nog even naar teruggegaan toen we al een eindje verder op weg waren. Mooie
réfuge is dat. Lig je lekker te slapen, wordt je in je slaap gestoord
door een bende mensen die praten in een of andere vreemde taal! Uiteindelijk
kwamen we, aan het einde van de tocht, bij een tweede réfuge, en
gelukkig was de barbecue daar wèl voor ons bedoeld. Doorweekt als
we waren hebben we daar flink zitten schransen.
Eenmaal terug in het huis van Ger hebben we
in de file gestaan voor de douche, waarna we een aantal scènes hebben
nagespeeld uit de Bob Evers-boeken. Dat duurde tot vijf uur 's-ochtends.
Toen zijn we maar naar bed gegaan.
'Een stad als Zürich
zit vol boeven'
Die ochtend stonden we vóór dag
en dauw op om dwars door Zwitserland door de hevigste regenval van weken
naar Zürich te rijden. Even buiten Zürich deelde Ger ons op in
twee groepen. De groep Arie, waar ik toe behoorde, kreeg de opdracht om
naar de Berninaplatz te gaan en een aantal voorwerpen te verzamelen. De
andere groep, de groep Bob, had een vergelijkbare opdracht. Om de organisatoren,
Ger Derksen en Yovka van Santen, een beetje te stangen besloten de Bobben
en de Aries om een uur later dan afgesproken naar het verzamelpunt in de
Schützengasse te gaan. Na de nodige avonturen, waarbij een telefooncel
bijna werd gesloopt en we weer eens behoorlijk nat werden van de regen,
kwamen we in de Schützengasse aan.
Daar zaten Ger en Yovka ons al op te wachten:
buiten, in de stromende regen, op een terrasje onder een paraplu, en met
een kopje koffie voor zich. Duidelijk geen Zwitsers. Dat zal een voorbijganger
ook gedacht hebben, want het eerste wat we hoorden was dat er op dat terras
een tas was gestolen van Ger, bevattende zijn paspoort, rijbewijs, verblijfsvergunning
en een stapel papieren van "Manne in Lausanne". Later, bij het nalezen
van BE9 "Een dollarjacht in een D-trein", las ik op bladzijde 155:
"Een stad als Zürich zit vol boeven"! Terwijl Ger en Yovka aangifte
gingen doen bij de politie, gingen de Bobben en de Aries een kopje koffie
drinken: binnen natuurlijk, want het regende nog steeds. Ger en Yovka bleven
nogal lang weg, en na een dik half uur kwam Yovka ons zeggen dat we maar
terug naar Lausanne moesten gaan, omdat het nog wel even zou duren.
Terug in Lausanne kwamen we Yovka en Ger weer
tegen en met z'n allen hebben we nog een aantal scènes nagespeeld
en stukjes voorgedragen uit de Bob Evers-serie. Daarnaast hebben we nog
een kwis gehouden, die Yovka met gemak won, op de voet gevolgd door Ger.
De volgende ochtend, de dag van vertrek, bleek
aan te vangen met een stralend zonnetje en een snel oplopende temperatuur.
En dat terwijl Ger ons had verzekerd dat het schitterend weer zou zijn
in Zwitserland...
Ik kan nog veel meer verhalen van de avonturen
die we in Zwitserland hebben beleefd, maar voor het moment wil ik het hier
bij laten. Van Zwitserland herinner ik me nu vooral het donkere en natte
bos, de eindeloze en natte snelwegen, en een paar stukken van een groots
en nat Zürich.
Nu volgt alleen nog een groepsfoto:
Van links naar rechts: (staand:) Ger Derksen
en Frank Engelen, (zittend:) Simon 'Specs' Kuipers, Yovka van Santen, Bram
van Ginneken, Olaf van Es, Niek Eleveld, Jeroen Roos, Marco Meinders. Foto:
Jeroen Roos.