Bob Evers-verhalen
Boeken voor jongens die van avonturen houden!
Leeftijd: 12 jaar en ouder

 
Bijeenkomsten: 15-09-2018: De avonturen van Kapitein Danny. Vorige | Volgende

De avonturen van Kapitein Danny


*
*  *

Pannenkoek

Op zaterdag 15 september 2018, om precies tien voor half twee in de nog vroege namiddag, zat kapitein Danny op het zonovergoten terras van café-restaurant "De Hanepoel" langs de Huigsloterduik in Abbenes een beetje verveeld voor zich uit te kijken in afwachting van de dingen die komen gingen. Afgezien van een paar bootjes die voorbijvoeren door de Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder en een verdwaalde zwaan viel er voor hem niet veel te beleven.

Die zwaan deed hem niet veel. De bootjes hadden wèl zijn aandacht, want zelf had hij er ook een. Zijn boot, hij was er de trotse eigenaar van, had hij eerder die ochtend van haar ligplaats aan de overkant, in Zuid-Holland, naar haar huidige ligplaats aan de Noord-Hollandse kant van de Ringvaart gevaren. Hij keek er nu recht op uit. Met gepaste trots. Een ander zou nu thuis voor de buis hangen, zorgen voor het huishouden, of boodschappen doen. Maar niet Danny. Danny ging liever op avontuur. In een stoel achterover gaan leunen kan altijd nog, bedacht hij.

Met enige weemoed dacht hij terug aan de avonturen die zijn helden Jan, Bob en Arie in deze buurt hadden beleefd en hoopte dat hij er vandaag een aan kon toevoegen. Hij had niet voor niets zijn boot hierheen gevaren en een stel andere knapen gevraagd om hem hier op te zoeken. Vooralsnog leek er niet veel te gebeuren, en hij begon zich af te vragen of hij al die moeite voor niets had gedaan, ook al had hij bijna niets geregeld, omdat hij, net als Jan, Bob en Arie, wist dat er in de praktijk van de beste plannen toch niets terecht kwam.

Quote uit deel 32 van de Bob Evers-serie:

"Dat is in het leven met plannen maken precies zo. Je kunt het nog zo mooi uitkienen en opzetten - zo gauw je het plan gaat uitvoeren, komen er meteen bosjes dingen uit de hoek die je eenvoudig niet kon voorzien en waarvan je in je wildste fantasie niet voorzag dat ze ooit konden gebeuren."

Hij bestelde nog een glas melk en maakte zich om twee dingen zorgen, terwijl hij met de sleutelbos van zijn boot speelde. Zouden zijn vrienden wel komen en, nog erger, zou straks die oude vieze dieselmotor wel starten? Hij was eergisteren nog even gaan proefdraaien maar dat ging niet helemaal van een leien dakje. Hij had al snel gezien dat de brandstofslang in niet zo'n erg beste staat was en de brandstofpomp moest eerst een tikje hebben, voordat hij spontaan dieselolie begon te sproeien in de twee cilinders.

Danny veerde op, want aan zijn linkerkant hoorde hij in de verte het aanzwellende geluid van een aanstormende auto en hij meende het geluid er van te herkennen. Dat was toch een Opel? Maar dan wel zo'n oude, die slechts met moeite sneller kon rijden dan honderd kilometer per uur. De auto reed toch nog vrij snel voorbij. Een rode, met een gele bies. Hoe toevallig. Hij wilde net kijken of zijn pannenkoek nu eindelijk geserveerd werd, toen hij de auto hard hoorde remmen. Hij keek op en zag dat de auto keerde, langzaam zijn kant op reed en met een schok vlak voor zijn boot stopte. Maar dat was toch? Ja, hij zat er dus niet voor niets. En tot zijn grote plezier zag hij nu ook een eenzame fietser aan komen rijden. Dat kon niemand anders zijn dan Leon, hij herkende hem uit duizenden. Eindelijk ging er wat gebeuren.

En er gebeurde inderdaad wat. Eindelijk werd zijn pannenkoek gebracht, karig belegd met een paar stukjes appel. Met een schuin oog keek hij naar Leon en hoorde hem een broodje gezond bestellen. Altijd goed bezig, die Leon. Op de fiets vanuit Wijk aan Zee en dan een broodje gezond bestellen. Terwijl hij nog een glas melk bestelde, want goed voorbeeld doet goed volgen, zag hij nog een paar bekenden aankomen, waaronder blonde Anne en Marie. Want ja, zij praat voor twee wanneer ze de kans krijgt om over de avonturen van Jan, Bob en Arie te praten.

Al met al werd het best druk op het terras, tot grote vreugde van de eigenaar, die nu af en aan liep met pannenkoeken, Coca Cola, London Tonic en broodjes gezond en de grootste moeite had om overal tussendoor te laveren en alles een plek op tafel te geven vanwege de almaar groeiende stapels boeken die hij nieteens herkende als de roemruchte Bob Evers-serie van zijn jonge jaren. De schranspartij die volgde, deed sommigen denken aan de eetgewoonten van Arie Roos en Jan Prins: de verschillende maaltijden pasten totaal niet bij elkaar. Ook het drinken niet... Bier en melk...

Ook al met al vond Danny het nu toch wel tijd worden om iets te gaan doen, dus zodra hij zijn kans schoon zag, stond hij op en liep hij in stilte naar binnen om af te rekenen en vooral geen fooi te geven. Hij was Arie niet, vond hij, en zijn boot kostte al genoeg geld.

Zijn vrienden hadden pas in de gaten dat hij wilde vertrekken toen hij al bij de voorplecht bezig was om de tros los te gooien, maar toen kwamen ze ook in actie, al duurde dat even, want ze moesten natuurlijk allemaal apart betalen. Leon was de laatste die aan boord ging, nadat hij de tros bij de achterplecht had losgemaakt. Met een stevige draai aan het stuurwiel en vol gas achteruit kwam de achterkant los van de wal en met een nieuwe draai en vol gas voorwaarts stuurde Danny zijn grote trots de Ringvaart op, waarbij hij een prachtige Roos-boot op gepaste afstand passeerde.

Roos-boot

*
*  *

Coca Cola en London Tonic

Paddestoelhuisjes, Kaageiland

Danny was in zijn nopjes over de manier waarop hij zijn prachtige boot vlot en soepel de Ringvaart op had gestuurd en was lichtelijk teleurgesteld dat hij geen enkele bewonderende opmerking hoorde. Alleen Leon, prinsheerlijk zittende op de voorste punt van de boot, met zijn benen naar bakboord en zijn rug tegen de reling aan, stak, met een brede glimlach op zijn gezicht, zijn duim op. Er was tenminste één iemand die verstand van boten had. Behalve hijzelf, dan. Al had de echte Prins, dit keer niet Jan maar Hendrik Prins, de man van de auto's, natuurlijk meer verstand van automotoren.

"Zeg, Hendrik, heb jij, als automan, ook verstand van dieselmotoren, zoals die van deze schuit?", vroeg Danny.
"Nou, wel wat, natuurlijk." zei Hendrik, die de bui al voelde aankomen.
"Al is die dieselmotor van jouw boot natuurlijk wel een ander verhaal dan de motor van een auto. En zo te horen loopt die motor van je prima, al hoor ik wel dat het aantal toeren heel langzaam minder wordt."
Danny zei niets, keek even naar de gashendel, en drukte de hendel, die bijna ongemerkt uit zichzelf een beetje was teruggedraaid, weer helemaal naar voren.
Hendrik keek dit tafereeltje met een grijs op zijn gezicht aan, en zei niets meer.

Hans, die dit best in de gaten had, stootte Frederick aan. Ze keken elkaar aan, grijsden een beetje, en vroegen, aan niemand in het bijzonder, wanneer ze bij de Paddestoelhuisjes zouden aankomen.
"We varen nu wel richting de Paddestoelhuisjes, maar komen er nu niet langs", zei Danny. "Later vandaag wel. We gaan nu eerst naar "De Vergulde Vos". Nog vóór Kaageiland gaan we naar links, bakboord dus, de Balgerij in. Dus aan de oostzijde van Kaageiland, niet aan de westzijde, waar de Paddestoelhuisjes staan. We doen dus hetzelfde als Jan en Bob op hun weg naar de Spanjaardsbrug. Aan het einde varen we de Boerenbuurt in. En vervolgens gaan we de Ade in, in zuidelijke richting, waar Arie de kampeerspullen van Bob en Jan terugvond in het riet riet, waar zij kennelijk overvallen en ontvoerd waren. En dan gaan we verder, tot aan "De Vergulde Vos".

"Nou", zei Annemarie, "de route die we nu varen, uit het verhaal over de onder een villa in Lisse verborgen schat begint eigenlijk in Amsterdam, vanwaar Bob en Jan Jans Scheldejol, zonder Arie, want Arie kreeg een oom en tante uit Australië op bezoek en moest daar van zijn vader bij zijn om goede maatjes met ze te blijven omdat ze in Australië wonen, naar de Spanjaardsbrug in Leiden zouden varen."
"Wat heeft dat feitje dat die oom en tante in Australië wonen er eigenlijk mee te maken? En wat is nou eigenlijk een Scheldejol?", vroeg Marco, met een schuin oog naar het roer."
"Dat komt later wel", zei Annemarie. "Ze kwamen nooit aan bij de Spanjaardsbrug, omdat Jan zijn kans schoon zag om een dubbeltje ter verdienen door een drijvend, leeg, Coca Cola-flesje uit het water van de de Amsterdamse Stadionsluis op te pikken om later te kunnen inwisselen tegen het statiegeld."
"En in dat flesje, dat dus helemaal niet leeg was, zat een flard krant, waarin letters waren aangeprikt die samen een boodschap vormden", zei Remco.
"Ja zeg, wie vertelt er hier nou", vervolgde Annemarie. "Dat Jan dat flesje oppikte, waarbij hij zijn Jol bijna vernielde, en dat alleen maar om een dubbeltje te verdienen, zette een hele serie gebeurtenissen in gang."
"Maar hoe kwamen Bob en Jan, vanaf de Ade in een Paddestoelhuisje aan de andere kant van Kaageiland terecht? Daar ligt zelfs nòg een heel eiland tussen.

"Dat kan Simon het best uitleggen", riep Leon vanaf zijn bijzonder comfortabele plek op de voorplecht.
"Nou", zei Simon, "dat is makkelijker dan je denkt. Gewoon per boot, natuurlijk."
Nu greep Danny, die het grapje negeerde, in: "In de kajuit ligt een vaarkaart. Pak jij die er even bij, Remco? Jij staat er het dichtst bij."
Remco dook de kajuit in, waarbij het bijna de drie treetjes naar beneden miste omdat Danny net dat moment uitkoos om, naar bakboord, de Balgerij in te sturen, en pakte de kaart. "In "Motorboot" zit ook een kaartje. Zoek jij dat even op in jouw exemplaar, Frederick?", terwijl hij een een beetje schuin maar zijn linkerbeen keek. "Jou kennende heb je dat boek in je tas zitten".

"We weten dat Arie na veel zoeken ontdekte dat dat Bob en Jan langs de Ade waren overvallen", zei Simon.
"En dat Arie Jans Scheldejol terugvond en daarin een in het hout gekerfde routeschets aantrof", zei Simon, met een oog scherper dan dat van een Vink naar de schets in het boek kijkend, dat Frederick net had opengeslagen op pagina 126.
"Dus nu zien we hetzelfde als Arie."
"En Arie snapte direct dat het kruisje het eindpunt aangeeft", bracht Hans in.
"Ja, en dan is het andere einde de plek waar Bob en Jan waren overvallen", merkte Frederick op.
"Juist, stelletje leunstoelavonturiers", zei Danny.
"Dus nu zijn we op weg naar..."
"De Ade", constateerde Remco terecht.
"Maar maken we dan niet een geweldige omweg? We hadden er allang kunnen zijn".
"Joh, dit is veel leuker", lachte Niek, die al die tijd stil was geweest nadat hij in de kombuis een rolronde verpakking met overheerlijke Drosteflikken had gevonden.
"Wie wil er ook een flik?"
"Zo een wil ik er wel", bedelde Hans. "Zo'n flik mag ik graag zien".
"Ja, deze flikken schrijven geen boetes uit, hè?" merkte automan Hendrik op, hetgeen hem een meewarige blik opleverde van Marco. "Maar hoe wist Arie dan zo snel dat hij Bob en Jan bij de Paddestoelhuisjes moest zoeken?"
"Kunst", zei Hans.
"Hij kende deze wateren op z'n duimpje".
"Dat verklaart natuurlijk alles", lachte Niek.
"Leg die kaart en het boek eens naast elkaar?"

En zo geschiedde het, beste lezer, dat ons gezelschap, minder slim zijnde dan Arie Roos, die nu eenmaal geen vaarkaart nodig had, tot dezelfde conclusie kwam als de altijd oppermachtig slimme Roos. Maar ons gezelschap had het wel bijzonder makkelijk. Ze had niet alleen hetzelfde schetsje als Arie, maar ook een prachtig gedetailleerde kaart, en konden die keurig naast elkaar leggen, vergelijken, en in het boek nalezen wat Arie vele jaren eerder al ontdekt had, al werd dit lezen ruw onderbroken door een onverwachtte ontmoeting.

"Hier dat boek", zei Niek, "dan lees ik op wat er in staat over de route".
"Kijk, hier begint het. Hier, langs de Ade werden ze overvallen".

Schets Schets

"Hei, zeg, leuk hoor, maar we varen inmiddels al wel door de Boerenbuurt", merkte Marco op.
"En ben ik de enige die in de gaten heeft dat we hier helemaal niet mogen komen? We zijn net voorbij een bord aangekomen waarop staat dat het hier verboden is voor alle motorvaart".
"Och", zei Hendrik, "de politie is toch aan het staken. Bovendien kan de waterpolitie moeilijk al die plassen en watertjes hier in de gaten houden".
"Nou, dan heb ik een nieuwtje", zei Marco.
"De politie staakt niet, want ik kreeg gistermiddag een bericht te zien dat de minister en de vakbonden een akkoord hebben bereikt. En ze hebben hier net een nieuwe, extra snelle politieboot gekregen".
"Hahaha", lachte Niek.
"Zul je zien dat ze juist nu, precies aan de andere kant van de Boerensloot, op ons liggen te wachten!".
"Dat zou me een bak zijn", lachte Leon.
"Dan mag jij ons daar uit redden, Marco!"

"Ik ga gewoon verder, stelletje grapjurken", zei Niek. "Hier, langs de Ade werden Bob en Jan overvallen. Ze werden in Jans eigen Jol afgevoerd en Bob of Jan zag kans de route in het hout van de boot te kerfen."
"Dat moet Bob zijn geweest!", viel Remco Niek in de reden. Jan zou nooit in zijn eigen boot kerfen".
"Nee, nee, nee!", riep Annemarie uit! "Het was Bob echt niet! Het was Jan zelf! Ik weet nog precies hoe het in het boek staat:"

"Hoe heb je ons dan gevonden?"
"Door dat kaartje dat jij op de vlonder van de jol had gekrast.".
Jan keek tevreden en voldaan.

"Al snap ik niet hoe Arie wist dat het Jan zelf was geweest..."

"Sst. Stil nou", zei Niek. "Dan kan ik doorgaan met mijn verhaal. Hier gingen ze linksaf, rechtsaf en weer linksaf. Dat eind linksaf moet de Boerenbuurt zijn, alleen in de andere richting dan wij nu varen", vervolgde Niek, die stopte omdat hij op het gezicht van Marco een uitdrukking waarnam die het midden hield tussen afgrijzen en doffe berusting.

Iedereen keek nu naar Marco en volgde zijn blik naar het oosten, in de vaarrichting door de Boerenbuurt.
"Eh, Marco...", merkte Leon droog op,
"Je mag aan de bak. Of anders gaan wij er in..."
"Liever niet, Leon", antwoorde Marco. "Hier draaien ze de hele dag Hazes in plaats van goede jazz... Arno Feije, een neef van me zou dat helemaal geweldig vinden, maar ik helemaal niet. En ik hoor het gelach van mijn collega's al, wanneer ze dit horen".

Danny liet de boot langzaam tot stilstand komen tot de boot gebroederlijk zij aan zij lag met een fonkelnieuwe motorboot van de politie, waarna Leon met één hand op de reling van de politieboot Danny's boot stevig op haar plaats hield, hetgeen hem geen enkele moeite leek te kosten.
"Zo, dame, heren", klonk het vanaf de politieboot. "Jullie weten vast wel waar ik jullie op aanspreek. Over dit water, de Boerenbuurt, mag u niet op de motor varen. Aan de andere kant staat net zo'n bord als dit hier", terwijl hij naar een vierkant bord op de oever wees, waarop duidelijk een zwarte schroef te zien was met daar over heen een diagonale rode streep.
"Ja, inspecteur, dat weten we", zei Marco. "We zijn op zoek. Aan het speuren. Kunt u ons misschien helpen?"
"Helpen?", vroeg de politieman. "Wacht es even... ik ken jou. Is dit privé of zakelijk?"
"Privé", vervolgde Marco. "Wij zoeken de plek waar Jan Prins en Bob Evers, twee van de hoofdpersonen in de Bob Evers-boeken, nu exact zestig jaar geleden werden overvallen."
"Euh, is er iets", vroeg Marco, terwijl hij een beetje verbaast naar de wenkbrauwen van de politieman keek, die nu bijna een centimeter hoger zaten dan bij een normaal mens.

"Bob Evers?", riep de man uit. "Man, die boeken verslond ik gewoon. Ik heb ze alle tweeëndertig. In hardcover, mèt originele stofomslag".
"Nou, dan heb ik een nieuwtje", brak Annemarie in. "Er zijn er inmiddels meer dan zestig! De serie wordt voortgezet door Peter de Zwaan, een prima schrijfer."
"Al kan hij natuurlijk nooit tippen aan Willem", zei Hans.
"Willem?", vroeg de politieman. "Willy van der Heide toch?"
"Ja", zei Simon. "Dat klopt".
"Ik weet dat er meer zijn verschenen", vervolgde de politieman. "Mijn zoontje leest ze graag, maar ik vind het verschil te groot. Jan, Bob en Arie hebben tegenwoordig mobieltjes! Stel je voor".
"Er zijn er meer die er zo over denken, ja, al zijn er ook die helemaal weglopen met Peter", merkte Leon op.
"Nou", lachte Niek weer. "Peter doet het anders best goed, hoor!
"Goed, nu even serieus, jongens. En dame", zei de politieman. "Jullie zoeken dus de plek waar Jan en Bob werden ontvoerd. Dat is een klein stukje zuidelijk van hier, aan de oostelijke oever van de Ade. Volg mij maar, dan breng ik jullie er wel even naar toe".

Leon liet de politieboot los toen die langzaam begon aan een draai naar het zuiden, de Ade in, en Danny begon de politieboot te volgen.
"Zeg, inspecteur?", vroeg Annemarie, die een hand door haar blonde lokken haalde in een vergeefse poging om haar verwaaide haren in het gareel te krijgen. "Mogen de zwaailichten en de sirene aan?"
De politieman keek even strak achterom naar Annemarie, haalde zijn schouders op, zei "Och, dat kan wel eventjes", en direct daarop klonk de meertonige sirene over het serene water van de Ade, terwijl de politieboot nu snel vaart meerderde.
"Ja, hé zeg", zei Danny, "Dat houd ik niet bij, hoor".

Gelukkig voor Danny, die met lede ogen zag dat een andere boot veel sneller was dan zijn grote trots, minderde de politieboot al snel vaart. En dat was goed ook, want de dieselmotor van Danny's boot, die deze snelheid niet lang kon volhouden, begon te sputteren en een onwelriekende reuk begon zich vanuit het motorhuis te verspreiden. Danny nam snel gas terug en liet de boot tergend langzaam tegen de politieboot aan glijden, terwijl de motor er met een kuch mee ophield. Tegen de tijd dat ons gezelschap gezellig langszij lag, stond de politieman al breeduit, met de handen in de zij, te wachten en klonken de laatste tonen van de sirene, waarna er even een oorverdovende stilte heerste.

"Goed, hier is het" zei de politieman, terwijl hij achteloos met zijn rechterhand de meer dan pinkdikke meerkabel van Danny's boot aanpakte en zodanig om een kikker op de politieboot drapeerde, dat er een knoop ontstond die zichzelf vasttrekt wanneer er spanning op het touw komt te staan. "Hier werden Jan en Bob overvallen en vakkundig vastgebonden met een massa touw. Vervolgens werden ze in Jans boot gelegd, op de plek waar mijn boot nu ligt, en naar het schip van de boeven gevaren. Nu jouw boot niet meer wil, kapitein, wil ik jullie wel op sleeptouw nemen, net als de boeven deden, naar de Paddestoelhuisjes op Kaageiland. Dan kun je je motor daar laten repareren. Het enige verschil is dat ik jullie niet zal vastbinden, al zet ik sommige mensen graag vast", zei de politieman met enige nadruk, terwijl hij veelbetekenend naar Danny en Marco keek. Danny kleurde eventjes net zo rood als zijn rode trui, en hief zijn handen in een verontschuldigend gebaar. Marco grinnikte alleen maar.
"Ja, ik heb je wel vaker gezien in deze contreien", zei de agent. Kom maar aan boord, dan kan ik een oogje op je houden, terwijl ik jullie op sleeptouw neem. Vastbinden kost helaas teveel tijd", zei hij met enige hoorbare spijt, terwijl hij naar Anne-Marie keek, die nog steeds probeerde haar wilde blonde lokken in het gareel te krijgen en deze opmerking volkomen negeerde.
"En een brandslang hebben we ook al niet bij de hand", lachte Niek, hetgeen hem een vernietigende blik van Anne-Marie opleverde.

Zodra Danny aan boord van de politieboot was, die hij vervolgens zelf mocht besturen, zag Marco zijn kans schoon om het roer van Danny's boot ter hand te nemen. Onopgemerkt schoot Hendrik de machinekamer in met de kennelijke bedoeling om de motor weer aan de praat te krijgen. Ze gingen nu rap in zuidelijke richting, lieten de jachthaven links liggen en stoven in een keer door naar de Kleipoel, die ze ook links lieten liggen. Vlak daarop kwam Danny's boot opeens met een machtig geronk tot leven en kwam Hendrik, met een grote grijns op zijn gezicht en elke haar op zijn hoofd nog precies op de juiste plek, onder luid gejuich het trappetje op stommelen. En net op tijd!

Danny verscheen op het achterschip van de politieboot en riep iets dat niemand verstond, zodat hij het nog even moest herhalen:
"De inspecteur heeft net een prio-1 binnengekregen. Hij moet ons lossen om er op af te gaan! Ik kom aan boord!"
Zodra de beide boten langszij lagen stapte Danny over en nam direct het roer over.
"Zo. Straks mag jij weer, Marco", zei hij, terwijl hij met zijn linker hand de gashandel op achteruit zette en met rechts het stuurwiel een slag naar links draaide, weg van de politieboot.

De politieman verscheen nog heel even aan dek en riep wat: "Denk erom hè? We hebben nu geen gemeentelijke politie meer. We zijn nu allemaal nationale politie, dus een geintje als "We zullen uw gemeente zo snel mogelijk verlaten, inspecteur" heeft geen zin meer. Ook ik ken de verhalen, hoor!" lachte de politieman, om vervolgens zijn boot met een scherpe draai de richting van de Ade op te draaien en met toenemende snelheid weg te stuiven onder het geloei van de sirene.

"Ik ben nu wel toe aan een glas vol met van die heerlijke Coca Cola", zei Danny. "We gaan nu meteen door naar eetcafé "De Vergulde Vos" aan het begin van de Rijpwetering. Wat heb je met mijn motor gedaan, Hendrik? De motor klinkt als een zonnetje!"
"Och, alleen het luchtmengsel een beetje aangepast", zei Hendrik bescheiden. "Verder valt er weinig eer aan te behalen, want je hebt 'm prima onderhouden". "Ja, mijn boot, hè?", zei Danny trots.

Zodra de politieboot buiten gehoorafstand was, begon Marco opeens hardop te lachen. "Weet je", zei hij, die politieman had niet een kroontje op zijn schouderepauletten, maar vier strepen". "Hij is 'slechts' een hoofdagent! Nieteens een brigadier!"
"Daar heb je niet veel aan als hij toch een boete had uitgeschreven", bromde Danny, die de gashendel nog een extra tik gaf om de politieboot verder achter zich te laten.
"Puur toeval dat die vent de serie kent", lachte Niek.
"Toeval bestaat niet", zei Simon.
"Nee, anders zou dit een dom toeval zijn", merkte Frederick op.
"Of anders slim toeval", zei Hans.
"Laten we nou maken dat we wegkomen", zei Marco.
"Leuk hoor, om een collega tegen te komen, maar ik ben nu wel heel erg hard toe aan een glas van die heerlijke London Tonic."
"Of anders Coca Cola", lachte Niek, die nu kwam aanzetten met een nieuwe rol Drosteflikken.
"Hier zijn we goed vanafgekomen, en dat mogen we best vieren!"
"Maar waarom noemde je hem dan inspecteur, Marco", vroeg Annemarie.
"Stroop. Dat is ook lekker", grijnsde Marco.

"Zeg jongens", klonk het vanuit het vooronder, waar Frank al een poosje de vaarkaart zat te bestuderen. "Weet je hoe het hier heet? "Waterloos". Zelden een lap water gezien dat z'n naam minder eer aan doet. En straks hebben we de Koppoel. Afgezien van een paar kanaaltjes loopt het daar vast. Waarom gaan we daar naar toe?” “Even wat drinken bij “De Vergulde Vos”, antwoordde IJdo, die voorzichtig door het gangboord naar achteren kwam lopen. “Ik hoop dat ze een terras hebben, want het is heerlijk weer, vandaag”.
"Hebben ze", zei Danny. "Kijk maar, daar is het al".

Wordt vervolgd...

*
*  *

Paddestoelen

Danny en Leon

*
*  *

Een traditionele mannenmaaltijd

*
*  *

De fans:

  1. Danny Engelman, de kapitein
  2. Leon Degeling, de fietser
  3. Hans Korpel
  4. Frederick Wellner, de boekenman
  5. Frank Israël
  6. Simon Kuipers
  7. Remco van der Galiën
  8. IJdo Groot
  9. Hendrik Prins
  10. Anne-Marie van Osch, de wandelende encyclopedie.

Niet afgebeeld:

  1. Marco Meinders, pseudo-stuurman
  2. Niek Eleveld
  3. Oscar

Danny Engelman Leon Degeling Hans Korpel en Frederick Wellner Hans Korpel en Frederick Wellner  Simon Kuipers Remco van der Galiën IJdo Groot Hendrik Prins Anne-Marie van Osch

*
*  *